Het Graafschapcollege vroeg vijf verpleegkundigen naar hun ervaringen in Coronatijd. Het leverde vijf heel bijzondere verhalen op. Persoonlijk en ontroerend, soms pijnlijk en confronterend. Hieronder lees je het verhaal van een verpleegkundige op een quarantaine-afdeling van een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. 

Daar waar normaal gesproken op een dag zoveel structuur wordt geboden, is alle structuur in één keer weg. Geen dagbesteding meer, geen familiebezoekjes, geen medebewoners van andere woningen meer zien, niet meer alleen op het terrein rondlopen. Alles wat voor de bewoners zo belangrijk is, het kleine beetje autonomie, vrijheid en plezier, is een stuk minder.

In het gebouw waar normaal gesproken dagbesteding wordt aangeboden voor veel van de bewoners, is inmiddels een quarantaine-afdeling geopend. Ruimte voor veel bewoners, waarvan wij ontzettend hopen dat deze plekken niet allemaal nodig zijn. De tijd zal het ons leren.

In dit verhaal neem ik jullie mee in een dienst op de quarantaine-afdeling. Er komen fictieve namen voor.

Opfriscursus

Mijn late dienst start om 14.30 uur en duurt tot 22.45 uur. Vandaag ben ik er eerder. Er zijn nieuwe bewoners opgenomen en één van deze zorgvragers moet subcutaan geïnjecteerd en gekatheteriseerd worden. Handelingen die ik al lang niet meer heb gedaan, dus ik moet weer even een opfriscursus krijgen. Hiervoor ga ik naar de medische dienst. Als ik om 13.30 uur binnenkom in de ‘schone ruimte’, zie ik bij mijn collega een zorgelijke blik in haar ogen. Bewoonster Maria heeft een ontzettend lage bloeddruk en saturatie, ook is er moeilijk contact met haar te krijgen. Haar verhaal hoor ik aan en ik begrijp haar zorgen goed. We kunnen op dit moment niet meer doen dan de arts inlichten en hopen dat hij er snel is. Op de medische dienst hoorde ik haar naam vallen en ook daar zijn de zorgen groot.

Na de opfriscursus ging ik weer terug. De arts is nog niet geweest en om 14.30 uur waren mijn collega’s van de avonddienst er ook en konden de collega’s van de dagdienst overdragen. Naast de medische zaken bespreken wij ook hoe het deze dag met de bewoners gaat. Welke begeleiding is er nodig? Welke vragen spelen er bij de bewoners?

Wie zit er in het smurfenpak?

Voor ons is het erg schakelen; normaal gesproken werk je met één bepaalde doelgroep. Je bent gewend om hiermee te werken en kent de bewoners goed. Nu zijn er bij ons bewoners van verschillende niveaus opgenomen en komen ze vanuit een vertrouwde setting in een totaal onbekende, spannende en onduidelijke omgeving. Begeleiders die je niet kent in, zo noem ik het maar, smurfenpakken. Hoe bedreigend kan dit zijn voor een bewoner? Om de zorgvragers toch een beeld te geven van wie er die dienst is, hebben wij foto’s van onszelf op iedere kamer liggen. Voor veel bewoners geeft dit toch enigszins wat rust. Zij hebben nu een klein beetje een idee wie er onder dit ‘smurfenpak’ zit.

 

De dienst begint

Terug naar mijn late dienst. Normaal gesproken vindt de overdracht alleen plaats in de schone ruimte. Maar omdat de situatie rondom Maria zorgelijk is, vraag ik aan mijn collega of wij samen even naar Maria kunnen. Op die manier kan ik zelf ook even het gevoel hebben en heb ik ook een beeld. De bevindingen van mijn collega begrijp ik volledig. In bed zie ik Maria liggen. Grauw, donkere kringen rondom haar ogen, benauwd, apathisch. Niet veel later komt ook de arts binnen. We bespreken de situatie en meten de vitale functies. Deze zijn minder goed dan aan het begin van de middag. Extreem lage bloeddruk en saturatie. Er zijn grote vragen hoe en of Maria dit gaat redden. Met de arts bespreek ik welk beleid we gaan volgen. Dit is een van de meest lastige dingen. Er zijn eigenlijk twee keuzes; staken van voeding en vocht en alleen maar richting op comfort of nog even bekijken wat we nog kunnen doen, actief blijven aanbieden van voeding en vocht en hopen op het beste. Voor ons gevoel is het nog te vroeg om voor optie 1 te kiezen, laten we toch nog even bekijken wat er mogelijk is. Wellicht knapt Maria toch nog op. De arts licht de familie in en bespreekt de situatie. De conclusie van dit gesprek is duidelijk; kijk wat nog gaat, maar geen dwang en vooral comfort bieden.

Ondertussen moest ik van Kirsten, een andere bewoner, nog wat aanvullende informatie hebben van de arts: NTBR, IC-opname, ziekenhuisopname? Dit was inmiddels met de familie van Kirsten besproken en hierover kwam duidelijkheid.

Tussen de bedrijven door komt Tinie mij even opzoeken. Tinie heeft een licht verstandelijke beperking en een psychiatrische achtergrond. Eén van mijn favoriete bewoners, juist door deze complexiteit. Ze is er al een hele tijd, omdat zij maar niet van de klachten afkomt. Tinie is ook ontzettend ziek geweest, maar krabbelt steeds verder op. Ik had haar beloofd om vrijdag eventjes bij haar binnen te lopen en even een praatje te maken. Ze had mij nog niet gezien en vond het toch wel tijd worden dat ik mij even kwam melden. Ik heb haar plechtig beloofd dat ik die avond echt nog eventjes bij haar kom. Ondertussen ben ik met Maria bezig in mijn hoofd. Is alles duidelijk? Moeten er nog zaken geregeld worden?

Overleg met de arts

Mijn collega’s zorgen voor het eten en helpen de bewoners daar waar nodig met eten. Ik blijf in de ‘schone ruimte’. De arts komt nog, omdat we het weekend in gaan en om nog even de zaken door te nemen. Terwijl wij aan het eten zijn, komt de arts om nog wat dingen te brengen en door te nemen. Alles is voor ons helder. Op iedere kamer is een babyfoon geïnstalleerd met camera, de beeldschermen staan in de ‘schone ruimte’. Via deze babyfoon kunnen wij ook praten met de bewoners, dit is erg handig. Als zij wat willen vragen hoeven wij ons niet eerst helemaal aan de kleden, maar kunnen wij hierdoor communiceren.

Na het eten ga ik samen met mijn collega naar Maria, wederom de vitale functies meten. Er komt wat meer reactie vanuit Maria, dit geeft toch een klein beetje hoop. Qua voeding en vocht krijgen we weinig naar binnen, ze is te afwezig om haar ‘veilig’ iets te kunnen geven. De kans op verslikken of verstikken is te groot. Het beleid was ook duidelijk: wat gaat, dat gaat. We hebben haar verzorgd en geprobeerd zo comfortabel mogelijk neer te leggen.

Oké... Hier is werk aan de winkel voor mij...

Ondertussen weet ik dat ik nog even naar Tinie moet en ik moet ook nog naar andere bewoners. Even overleg met mijn collega’s, wat is handig. We besluiten dat ik eerst even ga bijpraten met Tinie. Ze wilde even laten weten dat het wel goed ging en zij had bedacht maandag naar huis te kunnen. Want maandag hoort niet bij Pasen. Oké…. Hier is werk aan de winkel voor mij…. Mijn eerste opmerking was: “Maandag hoort nog wel bij Pasen, want dat is tweede Paasdag. Weet jij welke afspraken er zijn wanneer je naar huis mag?” Hierop gaf ze het antwoord: “Ik moet 48 uur klachtenvrij zijn.” En hier gaat het vaak fout en er is door dit antwoord vaak sprake van overschatting. Want wat zegt 48 uur voor iemand met een licht verstandelijke beperking en wat is klachtenvrij? Dit moest ik eerst even opgehelderd hebben. Tinie was klachtenvrij, omdat zij geen koorts meer had. Ahaaa, dit is in jouw beleving van klachtenvrij…. “Nou, Tinie, nu moet je even goed naar mij luisteren, dan ga ik uitleggen wat klachtenvrij is.” Dit was voor haar duidelijk, althans voor op dit moment. Het andere moment kan zij tegen mij collega heel wat anders zeggen. Continue afstemming tussen de collega die er die avond voor haar is, is dus ontzettend belangrijk.

Na mijn momentje bij Tinie, weer terug naar Maria. Tijd om weer de vitale functies te meten, geen schokkende veranderingen. Ik trok mijn ‘smurfenpak’ uit en heb de familie van Maria gebeld. Om twee redenen: een stukje nazorg en nabespreken wat de arts met hen heeft besproken, daarnaast ook om de huidige stand van zaken door te nemen. Langzaam komen mijn twee collega’s ook weer in de schone ruimte en drinken wij eventjes wat.

Jan Smit en vieze koffie

We trokken ons pak weer aan en gingen naar Maria, even een korte check achter de deur. De situatie was niet veranderd, dus door naar Jannie. Jannie heb ik al meerdere dagen gezien. Een heerlijke bewoner met het syndroom van Down. Ook zij is flink ziek geweest, maar is goed aan het herstellen en mag mogelijk snel naar terug naar de woongroep. Eventjes wat met haar gedronken en haar daarna lekker geïnstalleerd. Groot feest gemaakt met Jan Smit op de slaapkamer.

Toen door naar Elza, een mevrouw met een matig verstandelijke beperking en Autisme. Ze kan op gesloten vragen en makkelijke open vragen antwoord geven. Ze moest naar het toilet, hopla, mondkapje op, de gang over en naar het toilet. Dat mondkapje bij bewoners is ook een leuk ding. Als zij naar het toilet moeten, moeten de bewoners over de gang naar het toilet. Elza heeft als ‘tik’ om alles één keer aan te tikken…. Nou de weg naar het toilet is niet lang, behalve als je daarna alles kan desinfecteren. Maar goed, alles draait om comfort en toch zo ‘normaal’ mogelijk. Terug van toilet, kreeg ze een kop koffie, maar die vond zij niet zo lekker. Aan haar mimiek zag ik dat er iets niet goed was. ”Elza, is de koffie lekker?”, hierop kreeg ik het antwoord: “Nee, nee, nee, bah.” “Oke Elza, dat is duidelijk, vind jij koffie wel lekker?” “Ja.” Dat is mooi, dan hebben wij dit in ieder geval duidelijk. “Elza, moet er melk in de koffie?” “JAAAA ”. Aahaaa dit probleem hebben wij snel duidelijk zo.

Terug naar Maria, wat daar in de tussentijd is gebeurd weet niemand. Ze zat rechtop in bed en contact maken ging moeizaam, maar lukte wel een klein beetje. Hoe dan? Wat is er in de tussentijd gebeurd? Voor ons een grote vraag. Hierop zullen wij geen antwoord krijgen, maar het oogt allemaal positiever. Eens even de situatie rustig bekijken, vitale functies wederom gemeten. Allemaal weer ietsje beter. Even wat drinken maken en ingedikt aanbieden en hopen op een herstel en niet dat dit een opleving is. Dit is namelijk wat wij al in de afgelopen dagen hebben gezien, oplevingen en slechte momenten wisselen elkaar snel af. Maria krabbelde gedurende de avond niet veel verder op, maar er was enig contact mogelijk. Dit stemde mij positief.

Bij Jannie was de DVD van Jan Smit inmiddels afgelopen, ze was er ook klaar mee, want ze was al lekker gaan slapen. Als kers op de taart nog even naar Tinie, haar even een fijne nacht gewenst en aangegeven dat ik maandagochtend er weer ben. Na de laatste ronde heb ik mijn ‘smurfenpak’ uitgetrokken, mijn werkkleding uitgedaan en mijn eigen kleding aangetrokken. Even tijd om wat te drinken en te wachten op de nachtdienst.

Einde van de dienst

Om 22.30 uur begint de nachtdienst. We nemen de bewoners door en bespreken de bijzonderheden van de dag. Wanneer dit voor hen allemaal duidelijk is en er geen vragen meer zijn, is het tijd om mijn spullen te pakken en naar huis te rijden.

Het was mij weer een dienst op de quarantaine-afdeling. Blij, voldaan en met het gevoel dat ik van betekenis kon zijn voor de bewoners, ben ik naar huis gereden.

 


 

Het Graafschapcollege vroeg vijf verpleegkundigen naar hun ervaringen in Coronatijd. Het leverde vijf heel bijzondere verhalen op. Persoonlijk en ontroerend, soms pijnlijk en confronterend. Lees ook de andere verhalen.

Volg ons via sociale media!

WijkLink is ook actief op verschillende sociale media kanalen. Volg ons als je op de hoogte wilt blijven van actueel nieuws uit de zorg en kennis en inspiratie wilt opdoen!


Locatie en contact

WijkLink | M.H.Tromplaan 28 | Postbus 70.000,

7500 KB Enschede

Heb je een vraag? Mail onze Community Manager Lidewij Disbergen Of vul ons contactformulier in.